Twee dagen in een bijzondere groep

Twee dagen in een bijzondere groep

De stagiair zei het al bij voorbaat: ‘Dit is een heftige groep’. Tot mijn grote voldoening en plezier lukte het desondanks goed om op een gemoedelijke manier met ze te ‘lezen en schrijven’.

Ingrediënten:  met grote aandacht luisteren naar hun prachtige verhalen; ze ervan bewust maken dat ze mooie avonturen  gaan beleven in hun boek en ze daarbij een ‘goede reis’ wensen; alle aandacht eisen voor de sommen die nu aan de beurt zijn; ruimte bieden voor hun gekke rage om wat eng aandoende papieren vingers te vouwen van een A-4tje; ze uitdagen om er kunstwerkjes van te maken; ze de gelegenheid geven om ‘aan de hand’ hiervan voor gebarentolk te spelen, kortom: tijd voor gekkigheid en plezier. Evenwicht tussen opperste concentratie en flauwekul; het werkt. Wat tof dat tijdens de rekenles zo’n schuchter, lief meisje vraagt of je haar wilt helpen met de sommen. En dat ze dan na een poosje samen nadenken opeens ‘het ziet’ en foutloos zelf verder kan.

En ja, dat er heel bijzondere, niet altijd leuke onderhuidse processen spelen in deze groep bleek wel tijdens de Koningsspelen de volgende dag. Mooi georganiseerd. Veel leuke, sportieve, fanatiek-actieve momenten waren er. Heerlijk om te zien en waar mogelijk mee te doen.

Met hetzelfde lieve, onzekere meisje van de sommen heb ik gekaatst. En het ging elke keer beter. Ook als het niet ging hadden we lol. Ze werd steeds fanatieker. Maar dan, in die toch wat vrijere situaties, op grote, ruime locaties worden er ook wat andere processen zichtbaar. Gelukkig is er dan ook tijd voor wat persoonlijke aandacht en gesprekjes tussendoor.

Je hebt me geraakt makker, met je verdriet. Toen je me vertelde hoe blind boos je kunt zijn. En dat je dan woorden gaat zeggen waarvan je weet dat je je beste vriend kwijt raakt. En dat het dan toch niet lukt om ze niet te zeggen. Hoe groepjes klasgenoten er plezier in hebben om je expres boos te maken.
En jij, die opeens moet huilen omdat je zo moet denken aan je overleden broertje.
En jij, die zoveel familieleden verloor aan een erge ziekte dat je woest wordt als iemand dat (als scheld-)woord gebruikt.

Ik heb een paar van jullie nog even apart gesproken na schooltijd.
En jullie gevraagd om alsjeblieft over een ding heel goed na te denken:
‘Wat kan ik doen om (de sfeer in) de klas mooi te maken?’

Geschreven door Janny van Reenen

Back To Top