De flow van de kikker

Kikker in het water. De Flow

Ik ben het meest in mijn element als niet alles van tevoren vastligt. Als ik ergens kom waar al het werk klaarligt doe ik dat, zo niet dan gebruik ik
a. de eigenschappen en de kennis van de kinderen, die ze eerst in een mindmap zetten of
b. een mooi verhaal.

Op donderdag 6 juli was ik als invalleerkracht in een groep 5/6 in Damwoude. Ik houd van improviseren, en ik ben altijd uit op gelegenheden om iets te doen met drama en/of natuur.
De stagiaire liet me het programma zien voor die dag – voor een vrij groot deel nog niet ingevuld. Mijn kans om iets te doen met een verhaal.

Ik vertelde over ‘Jongen’, die in een Indianendorp woonde en zijn naam moest verdienen. Die gelegenheid kwam toen hij mee mocht op bisonjacht. Toen het erop aankwam schoot hij niet; moedeloos en teleurgesteld ging hij met Grijze Aarde en de overige mannen mee naar huis. Zijn moeder vertelde hij dat hij niet kon en wilde schieten, omdat hij zag dat een bisonjong probeerde te drinken bij het moederdier.
’s Avonds tijdens het feest kreeg hij, geheel tegen zijn verwachting in, toch een naam: Bisonvriend.

Aansluitend bedachten de leerlingen met behulp van hun hobbie en hun lievelingsdier een Indianennaam voor zichzelf: Een voetballende muis, een gamende olifant etc.


Tot zover had ik dit al eerder gedaan.
In de middagpauze maakte ik een wandeling, om te zien of ik een geschikte plek kon vinden om ’s middags met de klas naar buiten te gaan.
Onderweg werd ik gebeld door mijn collega van de Naturij. Toen ze hoorde wat ik aan het doen was kwam ze met het idee van een ABC-spel in de natuur.

Omdat we toch met namen bezig waren en ’s ochtends ook een lied hadden ‘gedaan’ met de letters van onze naam, viel dit bij mij meteen op zijn plaats: De opdracht wordt: zoek drie plantjes die beginnen met een letter uit jouw naam. Het rondje dat ik liep was perfect: Een grasveldje met aardig wat wilde bloemen, een bospaadje, een stukje bos met nauwelijks een pad en wel veel losse, grote takken… en vervolgens was ik weer op de terugweg naar school.

Ik was er gauw uit: vanmiddag doen we een Indianenwandeling.
Op school gaf ik de opdracht van de drie plantjes. Voorzichtig plukken, en zorgen dat niemand kan zien dat er iets mist. Afmeting: ongeveer zo groot als je hand, en niet groter dan je onderarm.
Op het grasveldje daagde ik de kinderen uit om op blote voeten te lopen als een Indiaan: eerst kijken, dan voorzichtig een voet vooruit, en pas als je zeker weet dat het kan je gewicht erop zetten.
Een kind wees me op de distels aan onze voeten die ik op dat moment ook voor het eerst zag. Ik greep die gelegenheid aan om aan te geven hoe belangrijk de Indianenloop was.
Hoogtepunt van dit onderdeel was het op de hand houden van verschillende kikkers.
Volgende opdracht was: ga plat op je rug liggen en kijk naar de wolken. Uit zichzelf begonnen de kinderen allerlei figuren te noemen die ze zagen.
We liepen het bospaadje op met de opdracht: ons geluid gaat uit en we luisteren naar de geluiden om ons heen. Dat was een brug te ver voor deze groep.

Even verderop verdwenen we in het dichte bos en kwamen bij de plek waar je prachtig hutten kon bouwen. In kleine groepjes waren we hier druk mee. Twee jongens kregen ruzie over een tak. Hij was wat langer dan mijn onderarm, maar ik zag er meteen een ‘talking stick’ in. Ik vertelde de jongens dat deze heel mooi was om mee te nemen naar de klas. Beide gingen zonder mopperen op zoek naar een nieuwe.
Onderweg naar school pakte ik zo nu en dan een plantje: ‘Is er iemand met een W in de naam? Dit is Weegbree’. Of: ‘Iemand met een Z? Dit is Zevenblad’.
In de klas gebruikte ik de ‘talking stick’ spontaan om beurten te geven bij het laten zien van de gevonden plantjes.

Een dag vol activiteiten die heel natuurlijk in elkaar overliepen! Wat mij betreft een prachtige ervaring met de luxe van het invalleerkracht zijn.

Anderhalf jaar later.

Voor de tweede keer word ik opgeroepen voor een invaldag op deze school.
In de dagen voordat ik ga denk ik bij mezelf: ‘Het zal toch niet waar zijn dat dit dezelfde groep is als toen?’
Op de website van school lees ik dat ze bezig zijn met hun ‘Gouden Weken’. Een periode aan het begin van het schooljaar waarbij sociaal-emotioneel welbevinden en hoe je dat samen bereikt, centraal staat.
Of het nou dezelfde groep is of niet, hier kan ik mooi op inhaken! In de geest van het verhaal over ‘Hoe jongen zijn naam verdiende’ kunnen we het hebben over de vraag: wat breng jij mee dit schooljaar om samen een mooie groep / werksfeer te maken? Welke eigenschap van jou kun je hiervoor inzetten?

Ik val met mijn neus in de boter: op woensdag is er in dit kader een schoolbrede dagopening. En ja…. de groep 7 / 8 die ik nu heb is de groep 5 / 6 van anderhalf jaar geleden!

Ze weten nog wat we toen gedaan hebben: de blote voeten in het gras, de kikkers, de hutten…. Het verhaal wordt opgefrist en dan weten sommigen zowaar hun Indianennaam van toen weer.
Vandaag is de opdracht: Maak een naambordje en schrijf / teken op de andere kant iets over jouw inbreng in deze groep.
De dagopening ging over ‘helpen’, dat komt dan ook veelvuldig terug in de tekeningen.
Verder werken we die ochtend gewoon volgens programma: rekenen, spelling, taal.

‘s Middags lopen we hetzelfde rondje, door het gras, door het bos, we spelen nog even met de takken.
En dan, als we net weer op weg gaan naar school, gaat er iets mis. Een van de jongens, die graag een kikker op de hand neemt, wordt ervan beschuldigd dat hij een kikker in een potje heeft gestopt en vervolgens weggegooid in een droge sloot. ‘Dierenbeul’, ‘dierenbeul’, roept de klas hem na. Ik zeg ze daar onmiddellijk mee te stoppen. Wat er ook gebeurd is, zo verbaal op iemand inbeuken doe je niet. De jongen die het betreft is woest en loopt ver vooruit.

Hij is niet te bewegen weer mee naar binnen te gaan. Ik stel hem zo goed mogelijk gerust en geef hem met bloedend hart toestemming alvast naar huis te gaan.

In de klas praten we erover. Iedereen is overtuigd van het ‘misdrijf’ met de kikker.
Ik vraag de hele klas om de komende tijd extra rustig en aardig te zijn voor deze jongen, want dit lijkt me niet de enige keer dat hij oververhit raakt. Daarnaast beloof ik terug te gaan naar de sloot om te kijken wat ik kan vinden.

En even later loop ik daar. Ik speur de bewuste sloot af, maar niets te vinden. En net als ik denk ‘ik stop ermee’ zie ik een glazen potje met een deksel. Ik voel dat er iets in zit en baal: ‘Dus toch….’. Maar gelukkig, het is een kluitje verroeste spijkers. Ik begrijp meteen ook het misverstand: de anderen dachten dat….
Als ik me omdraai om terug te gaan word ik helemaal blij: daar is de bewuste jongen met zijn moeder. De jongen is nu rustig en we bespreken het misverstand.

Met een tevreden gevoel ga ik naar huis.
Veel beter zou zijn geweest om het gebeurde eerst terug te koppelen naar school. Gelukkig kwam deze gelegenheid enige tijd later alsnog.

Ik hoop voor deze groep op nog heel veel Gouden Weken!

Janny van Reenen
Geschreven door
Janny van Reenen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *